Naar hoofdinhoud
De accountantscontrole van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213, lid 2, Gemeentewet wordt opgedragen aan een door de raad te benoemen accountant. De benoeming van de accountant geschiedt voor een periode van vier jaar met de mogelijkheid tot verlengen van 2 x 1 jaar. Het college en de Griffie bereiden in overleg met de raad de aanbesteding van de accountantscontrole voor. De raad stelt voor de aanbesteding van de accountantscontrole het programma van eisen vast. In het programma van eisen worden voor de jaarlijkse accountantscontrole opgenomen: de toe te passen goedkeuringstoleranties en (eventueel hiervan afwijkende) rapportagetoleranties bij de controle van de jaarrekening de apart te controleren deelverantwoordingen en de daarbij toe te passen goedkeuringstoleranties en (eventueel hiervan afwijkende) rapportagetoleranties de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen de frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende tussentijdse rapportage, zijnde de managementletter de posten van de jaarrekening en deelverantwoordingen met bijbehorende afwijkende rapportagetoleranties, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht moet besteden. In afwijking van het gestelde in lid 3 letter e kan de raad jaarlijks voorafgaand aan de accountantscontrole in overleg met de accountant de posten van de jaarrekening en de posten van de deelverantwoordingen vaststellen waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht moet besteden en welke rapportagetoleranties hij daarbij moet hanteren. De financiële commissie adviseert de raad hierover. In geval van Europese aanbesteding van de accountantscontrole stelt de raad voor de selectie van de accountant de selectiecriteria en per selectiecriterium de bijbehorende weging vast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel