Deze verordening verstaat onder:
a. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente;
b. perceel: de onroerende zaak als bedoeld in hoofdstuk III van de Wet WOZ, of een zelfstandig gedeelte daarvan;
c. verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft;
d. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater.
e. bijzonder object: een perceel met een grondoppervlak kleiner dan 100 m2, zonder voorziening voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater of met uitsluitend een voorziening voor de afvoer van hemelwater.