Naar hoofdinhoud
Intrekking vergunning vaste standplaats De vergunning voor het innemen van een vaste standplaats wordt ingetrokken: a. op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder; b. bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij het college in nadere regels anders heeft bepaald. Het college kan - onverminderd het bepaalde in artikel 11 - een vergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd intrekken indien de vergunninghouder of degene die hem bijstaat: a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt; b. zich schuldig maakt aan wangedrag, verstoring van de orde of bedrog; c. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet; d. niet meer voldoet aan de vereisten voor een vergunningaanvraag zoals vastgesteld door het college dan wel ter verkrijging van een vergunning onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; e. de marktmeester belemmert in de uitoefening van zijn functie dan wel de door de marktmeester gegeven aanwijzingen niet opvolgt. f. als van de vergunning gedurende tenminste twee maanden geen gebruik is gemaakt. Indien degene op wie een vergunning is overgeschreven, al een vergunning heeft voor een andere vaste standplaats op dezelfde markt, wordt de laatstbedoelde vergunning ingetrokken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel