Bij een besluit in het kader van de Jeugdwet of een besluit met een andere grondslag waarbij de belangen van een minderjarige rechtstreeks zijn betrokken, beslist de behandelaar – in overleg met de commissie – over het horen van een minderjarige. Als uitgangspunt geldt dat een minderjarige van twaalf jaar of ouder in de gelegenheid wordt gesteld zijn mening mondeling of schriftelijk kenbaar te maken.
Wanneer een minderjarige jonger dan twaalf jaar voldoende in staat is zijn mening te verwoorden, zich vrijelijk kan uiten en de consequenties van het horen begrijpt, kan besloten worden de minderjarige jonger dan twaalf jaar te horen.
Als een minderjarige wordt uitgenodigd voor een hoorzitting, stuurt de behandelaar een op de minderjarige aangepaste uitnodiging. De behandelaar kan besluiten de minderjarige in een voor de minderjarige vertrouwde omgeving, zoals op school, te horen.
In afwijking van artikel 15 wordt de minderjarige in beginsel voorafgaand aan de hoorzitting buiten aanwezigheid van andere belanghebbenden gehoord. De minderjarige wordt gehoord door een deskundige in het bijzijn van een medewerker van de vakafdeling, dan wel de voorzitter van de adviescommissie of de behandeling. De minderjarige kan zich laten bijstaan door een vertrouwenspersoon. Het horen gebeurt nadat de minderjarige op juiste wijze is geïnformeerd over de procedure en zoveel mogelijk op zijn gemak is gesteld.
Van het horen van de minderjarige wordt geen verslag gemaakt. Tijdens de hoorzitting geeft de voorzitter kort en zakelijk weer wat de minderjarige heeft verklaard.
Aan de belanghebbenden wordt geen kopie verstrekt van documenten van de minderjarige.
HOOFDSTUK 2 › PARAGRAAF 1
Artikel 17
Horen van minderjarigen
Onderdeel van Verordening inzake de behandeling van bezwaarschriften