Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Bomenverordening Zevenaar 2019

In deze verordening wordt verstaan onder: boom: een houtachtig, overblijvende gewas, daaronder mede verstaan minder vitaal of dood gewas, met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam; vellen: kappen of rooien, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de waardevolle houtopstand tot gevolg kunnen hebben; houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal, meidoornhagen, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen, een struweel of een heg; waardevolle houtopstanden: de als zodanig door het college aangegeven houtopstanden, zoals opgenomen op de lijst van waardevolle houtopstanden; bebouwde kom: het gebied binnen de gemeentegrens als bedoeld in artikel 4.1 onder a van de Wet Natuurbescherming, zoals vastgesteld bij het besluit van het college d.d. 2 april 2019; college: college van burgemeester en wethouders; iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau); iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistratus (Marsch) en Scolytus pygmaeus; bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel