In deze verordening wordt verstaan onder:
1 gemeentelijk monument: een object dat is opgenomen op de monumentenlijst als bedoeld in de Monumentenverordening;
2 restaureren: het treffen van voorzieningen tot opheffing van bouwtechnische gebreken, het normale onderhoud te boven gaand, noodzakelijk voor de instandhouding van de cultuurhistorische waarde van het monument.
3 casco:de romp van het gebouw; datgene dus dat de verschijningsvorm bepaalt van het monument. Hieronder valt dus niet de indeling en de inrichting van het monument. Wel kan de constructie in aanmerking komen, wanneer dat herstel nodig is om het casco in stand te houden.
4 kosten van voorzieningen: de door burgemeester en wethouders goedgekeurde bedragen van:
a. de aanneemsom;
b. de risicoverrekening van loon en materiaalprijsstijgingen;
c. de kosten van de architect overeenkomstig de SR 1997 en van de constructeur, voor zover inschakeling hiervan noodzakelijk is;
d. de aanvraag om monumentenvergunning (leges);
e. de verschuldigde BTW, voor zover deze niet kan worden verrekend;
f. de bouwhistorische opname, gericht op de restauratie;
g. de kosten van opstelling van het onderhoudsplan;
h. een reservering voor noodzakelijk meerwerk, dat ten tijde van de raming van de hierboven genoemde kosten redelijkerwijs niet voorzienbaar was, tot maximaal 5% van de aanneemsom.
5 onderhoudsplan: een door burgemeester en wethouders goedgekeurd overzicht van onderhoudswerkzaamheden en kosten die gedurende 15 jaar nodig worden geacht om het kwaliteitsniveau van het monument, dat met de restauratie zal worden bereikt, te handhaven.
6 eigenaar: hieronder wordt mede verstaan:
a. degene die het recht van erfpacht heeft;
b. de houder van een recht van opstal;
c. de eigenaar van een appartementsrecht;
d. degene aan wie door een rechtspersoon een deelnemings of lidmaatschapsrecht is verleend dat recht geeft op gebruik van een woning;
e. een toekomstig eigenaar die in het bezit is van een voorlopig koopcontract.
7 verlenen van subsidie: het besluit van burgemeester en wethouders dat aan de eigenaar van een monument een aanspraak op een subsidie in de kosten van voorzieningen verschaft.
8 vaststellen van subsidie: het besluit van burgemeester en wethouders, nadat de voorzieningen zijn getroffen, waarbij de hoogte van de verleende subsidie wordt vastgesteld.
9 restaurerende instelling: een rechtspersoon die als zodanig door burgemeester en wethouders is aangemerkt en die op grond van zijn statuten als doelstelling heeft het zonder winstoogmerk restaureren van panden en die tevens als eigenaar verhuurder fiscaal is vrijgesteld.