Naar hoofdinhoud
In deze regeling wordt verstaan onder: Wet: de Algemene wet bestuursrecht. Eigenaar: eigenaar van een woning of pand. Hiertoe wordt tevens gerekend een opstaller, erfpachter, vruchtgebruiker of een Vereniging van Eigenaren en overige rechtspersonen. Dak(constructie): samenstelling van balken (hout of staal), regels en bebording of betonnen plaat, die sterk genoeg is om de dakbedekking van een gebouw te dragen en de wind- / regen-/ en sneeuwbelasting op te vangen. De dakconstructie moet zodanig zijn dat deze beloopbaar is voor onderhoud en inspectie. Groendak: een begroeid dak bestaand uit ten minste vijf lagen (wortelwerende laag, drainagelaag, filtervlies, substraatlaag en vegetatie-laag). Extensief groendak: groendak waarvan de begroeiing zich zelf in stand houdt en beperkt is tot mossen, vetplanten, kruiden en grassen. De aantoonbare wateropslagcapaciteit is minimaal 25 liter per vierkante meter. Het gewicht van de daklaag is relatief gering, 30 tot 120 kg/m², waardoor geen aanpassing van de dragende (dak)constructie nodig is en derhalve geen omgevingsvergunning nodig is in tegenstelling tot een intensief groendak. Intensief groendak: deze groendaken zijn vergelijkbaar met tuinen. De begroeiing bestaat meestal voor een groot deel uit grassen, kruiden, struiken en eventueel bomen. Ook zijn andere elementen zoals paden, terrassen en een vijver mogelijk. De aantoonbare minimale wateropslagcapaciteit is minimaal 50 liter per vierkante meter. Een dergelijke daklaag weegt al gauw 300 tot 1500 kg/m² en vergt een aangepaste dragende (dak)constructie, waarvoor een omgevingsvergun-ning moet worden verleend. Groengevel: een gevelbegroeiing aan muren van een woning, een pand, die volledig zichtbaar is vanuit de openbare ruimte (voorgevel of zijgevel bij hoekpand). Een groengevel bestaat uit planten die omhoog groeien tegen een bouwwerk vanuit de volle grond. Sommige klimplanten hebben een klimhulp nodig, zoals spandraden, gaaswerken of houten rasters, andere klimplanten hechten zich aan de gevel. Huurder: bewoner van een woning of gebruiker van een pand, niet zijnde de eigenaar. Nieuwbouwwoning of nieuwbouwpand: een gebouw dat nog niet is gebouwd of opgeleverd ten tijde van de subsidieaanvraag. Pand: een gebouw met een verblijfsfunctie voor mensen, niet zijnde een woning. Subsidieaanvrager: een eigenaar of huurder; Verticale tuin: gevelbegroeiing als geïntegreerd deel van een woning of pand die volledig zichtbaar is vanuit de openbare ruimte (voorgevel of zijgevel bij hoekpand). Een verticale tuin bestaat uit verticaal geplaatste modules of panelen waarin beplanting wordt aangebracht. De modules zijn met een ophangsysteem bevestigd aan een bouwwerk, of zijn een zelfdragend onderdeel van de gevel. Hieronder vallen dus geen plantenbakken aan balkons. Een verticale tuin is altijd voorzien van een automatisch werkend water- en voedingssysteem dat de instandhouding van de planten bevordert. Voor het kunnen aanleggen van een verticale tuin is een omgevingsvergunning nodig. Voorzieningen: onderdelen die bestemd zijn voor aanleg en instandhouding van het begroeide deel van een groendak (ten minste bestaande uit de onderdelen zoals benoemd onder lid e/f), van een groengevel (tenminste bestaande uit de onderdelen zoals benoemd onder h) of een verticale tuin (ten minste bestaande uit de onderdelen zoals benoemd onder lid m). Voorzieningenkosten: de door of namens het college van burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten voor de aanleg van het groendak, groengevel of verticale tuin, alsmede de aanneemsom, de ontwerpkosten, de draagkrachtberekening en de verschuldigde en niet verrekenbare omzetbelasting. College: het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Heerlen. Woning: een op zich zelf staand tot bewoning bestemd gebouw of een gedeelte van een ander, niet op zich zelf staand gebouw; Waterschap: Waterschap Limburg. De verordening: de Algemene subsidie verordening Heerlen.

Rechtspraak bij dit artikel