Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 7.

Onderzoek

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Bronckhorst 2020

1.. Het college onderzoekt de melding in een gesprek met de jeugdige en of zijn ouders dan wel wettelijk vertegenwoordiger. In dit gesprek wordt onderzocht: de behoeften, persoonskenmerken en -voorkeuren van de jeugdige en zijn ouders dan wel wettelijk vertegenwoordiger, de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige en de gezinssituatie; of er op basis van beschikbare informatie / gestelde diagnose sprake is van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptiegerelateerde problemen, en zo ja: welke problemen of stoornissen dat zijn; welke ondersteuning, hulp en zorg naar aard en omvang nodig zijn voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; of en hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders en de personen die tot hun sociale omgeving behoren toereikend zijn om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden, en voor zover de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, de mogelijkheden om met de inzet van een andere voorziening, overige voorziening of individuele voorziening te voorzien in de nodige ondersteuning, hulp en zorg; op welke wijze bij de aangewezen vorm van jeugdhulp zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders, en indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen. 2.. Als de jeugdige en of zijn ouders dan wel wettelijk vertegenwoordiger een familiegroepsplan aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek. 3.. Het college informeert de jeugdige en of zijn ouders dan wel wettelijk vertegenwoordiger over de gang van zaken bij het onderzoek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure. 4.. Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college in overleg met de cliënt afzien van een gesprek. 5.. Bij het onderzoek wordt aan de jeugdige en of zijn ouders dan wel wettelijk vertegenwoordiger meegedeeld welke mogelijkheden er bestaan om te kiezen voor de verstrekking van een pgb. De jeugdige en of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze. 6.. De jeugdige en of zijn ouders dan wel wettelijk vertegenwoordiger verschaffen het college die informatie die voor het onderzoek nodig is en waarover zij redelijkerwijs de beschikking hebben.

Rechtspraak bij dit artikel