Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien:
a. de vergunninghouder de erin vermelde woonruimte niet binnen de door burgemeester en wethouders bij de verlening van de vergunning gestelde termijn in gebruik heeft genomen;
b. de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
HOOFDSTUK 2 › PARAGRAAF 3
Artikel 8
Intrekking van een huisvestingsvergunning
Onderdeel van Huisvestingsverordening Baarn 2019