4.1 Alvorens een individuele gehandicaptenparkeerplaats wordt aangelegd, dient een verkeerstechnisch onderzoek te worden gedaan naar het aantal parkeerplaatsen en de parkeerdrukte in de straat en/of het gebied waarvoor de aanvraag is ingediend. Daarnaast dient bij het verkeerstechnisch onderzoek te worden bepaald of aanvrager beschikt dan wel kan beschikken over parkeergelegenheid op eigen terrein.
4.1.1 Het verkeerstechnisch onderzoek, zoals bedoeld in artikel 4.1, wordt binnen de geschatte maximale loopafstand van de aanvrager, op drie verschillende tijdstippen verricht.
4.1.2 De tijdstippen waarop het verkeerstechnisch onderzoek wordt uitgevoerd zijn: éénmaal in de ochtenduren, één maal in de middaguren en één maal in de avonduren. Indien aanvrager specifieke tijdstippen op het aanvraagformulier heeft aangegeven wanneer de parkeerdruk wordt ervaren, zal driemaal verkeerstechnisch onderzoek plaatsvinden op het aangegeven dagdeel dan wel dagdelen.
4.2 Op de aanvraag van een gehandicaptenparkeerplaats dient ten behoeve van de aanvrager voor het gedeelte van het verkeerstechnisch onderzoek positief te worden geoordeeld indien binnen de maximale loopafstand van aanvrager twee keer wordt geconstateerd dat er geen parkeerplaats beschikbaar is en de aanvrager niet over parkeergelegenheid op eigen terrein kan beschikken.
4.3 Als norm voor het vaststellen van beschikbare parkeerplaatsen geldt:
a) geen = tot 3 parkeerplaatsen;
b) voldoende = 3 of meer parkeerplaatsen.
4.4 Een gehandicaptenparkeerplaats op de openbare weg dient maximaal:
a) parallel aan de stoeprand: 1,80 meter breed en 6,00 meter lang te zijn;
b) als insteekvak 2,50 meter breed en 6,00 meter lang te zijn.
4.4.1 In bijzondere gevallen kan het college afwijken van de in artikel 4.4 benoemde afmetingen.
4.5 Indien de aanvrager verhuist, dient voor het nieuwe adres een nieuw verkeerstechnisch onderzoek te worden gedaan naar het aantal plaatsen en de parkeerdrukte in de straat en/of het gebied waar de aanvrager naar toe is verhuisd, alvorens de individuele gehandicaptenparkeerplaats wordt verplaatst.
4.6 Na afloop van de geldigheidstermijn van de gehandicaptenparkeerplaats kan het college oordelen om een nieuw verkeerstechnisch onderzoek te verrichten naar de huidige parkeerdrukte als voorwaarde voor het verlengen van de gehandicaptenparkeerplaats. De kosten voor dit verkeerstechnisch onderzoek komen voor rekening van het college van burgemeester en wethouders.
Artikel 4 Verkeerstechnisch onderzoek
Artikel 4 Verkeerstechnisch onderzoek
Onderdeel van De beleidsregels gehandicaptenparkeren 2012