8.1 In gevallen waarin de toepassing van deze beleidsregels tot een bijzondere hardheid leidt, kan ten gunste van de aanvrager van deze beleidsregels worden afgeweken.
8.2 Een gehandicaptenparkeerplaats verliest zijn geldigheid:
a) door het verloop van de geldigheidstermijn van de Europese gehandicaptenparkeerkaart;
b) door het overlijden van de aanvrager aan wie de gehandicaptenparkeerplaats is toegekend;
c) indien de houder niet langer voldoet aan de criteria van afgifte, dit ter beoordeling aan het college;
d) indien de houder de aan het gebruik van de gehandicaptenparkeerplaats verbonden voorschriften niet naleeft, dit ter beoordeling aan het college;
e) indien de aanvrager verhuist en in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens niet meer geregistreerd staat op het betreffende adres waarvoor de gehandicaptenparkeerplaats was aangelegd.
8.3 Indien een aanvrager in Den Haag is komen te wonen en een gehandicaptenparkeervoorziening aanvraagt, dient de aanvrager beoordelingsgegevens te overleggen indien deze zijn afgegeven door de keurende instantie in zijn of haar voormalige woonplaats, teneinde deze gegevens mee te nemen in de overweging de gehandicaptenparkeervoorziening toe dan wel af te wijzen.
8.4 De aangevraagde gehandicaptenparkeervoorziening kan alleen worden verstrekt aan een natuurlijk persoon.
8.5 Het college bepaalt op welke locatie de gehandicaptenparkeerplaats wordt aangelegd.