In deze paragraaf wordt verstaan onder:
boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 20 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. In het kader van een herplant-of instandhoudingsplicht kunnen voorschriften gesteld en maatregelen genomen zijn of worden voor bomen kleiner dan 20 cm dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven het maaiveld;
houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal of een beplanting van bosplantsoen;
hakhout: één of meer bomen (of boomvormers) die na te zijn geveld opnieuw op de stronk uitlopen;
dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand;
knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud;
bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Wet natuurbescherming;
boomwaarde: het getal dat wordt gevonden door het product van de factoren:
het aantal van cm² van de dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven het maaiveld;
de eenheidsprijs per cm²;
de standplaatswaarde;
de conditiewaarde;
de waarde van de plantwijze.
Het bevoegd gezag kan bij toepassing van de boomwaarde tevens naar redelijkheid en billijkheid besluiten. In deze paragraaf wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 3.
Artikel 4:10
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Stein 2019