Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:
langer dan op drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg of op een door het college aangewezen weg te plaatsen of te hebben, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;
op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp voor situaties waarin wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Awb (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 1.
Artikel 5:4
Kampeermiddelen e.a.
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Stein 2019