Naar hoofdinhoud
De belasting wordt niet geheven voor het hebben van: voorwerpen, waarvoor reeds ingevolge een privaatrechtelijke overeenkomst een vergoeding is verschuldigd; voorwerpen ten behoeve van percelen, waarvan de gemeente krachtens recht van bezit of enig ander zakelijk recht de genothebbende is, met uitzondering van die percelen, welke in gebruik zijn bij derden; kelderingangen, licht- en luchtopeningen (koekoeken) en stoeptreden; voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd; buizen in de grond tot lozing van faecaliën, van huishoud- of hemelwater; dakgoten, vensterbanken en gevelroosters en afvoerbuizen van hemelwater; voorwerpen welke uitsluitend in een algemeen belang voorzien of welke uitsluitend worden gebezigd voor weldadige doeleinden; sierverlichting, zoals contourbalken, neonbuizen, lampenlijnen en dergelijke, geen reclamevoorwerpen zijnde, die dienst doen als feestverlichting in de winkelcentra; voorwerpen als bedoeld onder 05.03, 05.04 en 05.04a van onderdeel 05 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, indien sprake is van een of meerdere van deze voorwerpen en deze voorkomen aan één onroerende zaak als bedoeld in artikel 2 van de "Verordening onroerendezaakbelastingen Heerlen 2020" en tezamen minder belopen dan 4 m2; lampen en lantaarns als bedoeld onder 05.06 van onderdeel 05 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, indien deze voorkomen aan één onroerende zaak als bedoeld in artikel 2 van de ‘Verordening onroerende zaakbelastingen 2020’ en sprake is van minder dan 2 van deze voorwerpen.

Rechtspraak bij dit artikel