**1..** De Welstands- en Monumentencommissie Edam-Volendam (verder in deze regeling te noemen ‘commissie’) adviseert het bevoegd gezag naar aanleiding van een verzoek.
**2..** Welstandsadvisering: de advisering over redelijke eisen van welstand is opgedragen aan de Stichting Mooi Noord-Holland, voor zover deze advisering niet aan de ambtelijk plantoetser is opgedragen; de commissie functioneert in deze als welstandscommissie zoals bedoeld in artikel 1 lid 1 van de Woningwet.
Monumentenadvies: de advisering over de bescherming van monumentale waarden van bouwwerken, structuren of gebieden is, binnen het gestelde in artikel 2.1 van het Reglement op de Welstands- en Monumentencommissie, opgedragen aan de Stichting Mooi Noord-Holland; de commissie functioneert in deze onder meer als commissie zoals bedoeld in artikel 15 lid 1 van de Monumentenwet 1988.
**3..** Overeenkomstig artikel 12b Woningwet baseert de welstandscommissie, of indien van toepassing de ambtelijk plantoetser, het welstandadvies op de criteria die zijn vastgelegd in de welstandsnota. Het welstandadvies mag, overeenkomstig de vigerende jurisprudentie, ook op andere beleidsdocumenten m.b.t. de welstand, waaronder beeldkwaliteitsplannen, worden gebaseerd. Indien toepassing van de beleidscriteria voor welstand leidt tot strijd met het bestemmingsplan, blijven overeenkomstig het gestelde in artikel 12 lid 3 van de Woningwet de welstandscriteria buiten toepassing.
**4..** De commissie baseert haar monumentenadvies op de criteria inzake de bescherming van monumenten, of de criteria inzake de bescherming van een beschermd stads- of dorpsgezicht zoals onder meer verwoord in de Erfgoedverordening gemeente Edam-Volendam of de specifieke criteria uit een bestemmingsplan of beheersverordening met betrekking tot bescherming van monumenten of gebieden. Bij het uitbrengen van haar adviezen laat de commissie zich leiden door het beleid en overwegingen van geschiedkundig, volkskundig, cultuurhistorisch, bouwhistorisch, archeologisch of wetenschappelijk belang, alsmede overwegingen die verband houden met uiterlijke verschijningsvormen.
**5..** Het reglement van orde op de commissie dat als bijlage 9 bij deze verordening is vastgesteld, bevat, binnen het gestelde in de voorgaande leden, een nadere taakomschrijving van de commissie.
Hoofdstuk 9.
Artikel 9.1