Naar hoofdinhoud
1.. De wielklem wordt door, dan wel in opdracht van, de heffings- en invorderingsambtenaar aangebracht door de wielklemmedewerker nadat is vastgesteld dat aan de voorwaarden genoemd in artikel 2 is voldaan. Dit terstond nadat het aanslagbiljet aan de belastingschuldige is uitgereikt dan wel nadat het aanslagbiljet overeenkomstig artikel 234 lid 7 van de Gemeentewet op het voertuig is aangebracht. 2.. De wielklemmedewerker brengt de wielklem op een zodanige wijze aan dat het motorvoertuig niet beschadigd wordt. 3.. Door de wielklemmedewerker worden voor het plaatsen van de klem foto’s van het motorvoertuig gemaakt, waarop tenminste de kentekenplaat op leesbare wijze en alle zichtbare schades aan het motorvoertuig en het wiel waaraan de wielklem zal worden aangebracht zichtbaar zijn. 4.. Op het motorvoertuig wordt door de wielklemmedewerker een sticker aangebracht om personen die gebruik wensen te maken van het motorvoertuig er op te wijzen dat een wielklem is aangebracht. 5.. Schade veroorzaakt doordat met de wielklem aan het motorvoertuig wordt gereden komt nooit voor rekening en risico van de gemeente. 6.. De wielklem wordt als aangebracht beschouwd op het moment dat de klemsleutel door de wielklemmedewerker wordt omgedraaid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel