Naar hoofdinhoud
1.. De subsidie wordt berekend over maximaal 40 weken per kalenderjaar. Indien de periode van opvang minder bedraagt dan 40 weken, wordt de subsidie naar rato vastgesteld. 2.. Het college subsidieert de volgende bedragen aan de houder: per peuter op een peuterplaats, van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, 320 maal het landelijk maximum uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage per doelgroeppeuter op een VE-peuterplaats, van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag 640 maal het landelijk maximum uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage over maximaal 320 maal het landelijk maximum uurtarief; per doelgroeppeuter op een VE-peuterplaats, van ouders met recht op kinderopvangtoeslag, 320 maal het landelijk maximum uurtarief; voor alle peuters waarvoor op basis van deze regeling subsidie wordt verstrekt, wordt een opslag per uur betaald van € 0,85 (prijspeil 2020). Deze opslag wordt jaarlijks verhoogd met de indexering die het ministerie van SZW hanteert voor de verhoging van het landelijk maximum uurtarief; 3.. Voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag wordt de subsidie berekend op basis van de VNG adviestabel.

Rechtspraak bij dit artikel