Indien de jeugdige of zijn ouders een persoonsgebonden budget wensen, vermelden zij dit op de aanvraag.
Aan de aanvraag bedoeld in lid 1 voegt de aanvrager een plan toe voor de inzet van het persoonsgebonden budget met een begroting.
In het plan bedoeld in lid 2 geeft aanvrager in ieder geval aan:
wat het beoogde resultaat van de individuele voorziening inhoudt;
wat de voorgenomen uitvoering van de individuele voorziening inhoudt;
welke derde de individuele voorziening gaat uitvoeren;
over welke kwalificaties deze derde beschikt;
wat de kosten zijn van de individuele voorziening, en;
dat het aanbod van jeugdhulp als zorg in natura van de door de gemeente gecontracteerde of gesubsidieerde zorgaanbieder niet passend is naar het oordeel van de jeugdige of zijn ouders.
Aan het plan bedoeld in lid 2 voegt de aanvrager een verklaring omtrent gedrag toe, als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, van de derde die de individuele voorziening gaat uitvoeren. Deze verklaring omtrent gedrag is tot 12 maanden geldig na datum van afgifte.
Indien jeugdhulp wordt ingezet na verwijzing als bedoeld in artikel 6 of in artikel 7, kan door of namens de jeugdige of zijn ouders een aanvraag voor een persoonsgebonden budget worden ingediend als het aanbod van jeugdhulp als zorg in natura van de door de gemeente gecontracteerde of gesubsidieerde zorgaanbieder niet passend wordt geacht. Lid 2, 3 en 4 van dit artikel zijn hierbij van toepassing.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3
Artikel 18
Aanvraag en persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Gooise Meren 2019