In de beschikking tot verlening van een individuele voorziening wordt aangegeven of deze als voorziening in natura of als persoonsgebonden budget wordt verstrekt.
De beschikking vermeldt in ieder geval:
de conclusies uit het onderzoek;
de resultaten die de jeugdige of zijn ouders wil bereiken;
de met de jeugdige of zijn ouders gemaakte afspraken;
op welke wijze (tussentijdse) evaluatie plaatsvindt;
de voorwaarden waaronder de voorziening wordt verstrekt;
een indicatie van de te verwachten kosten van de te verstrekken voorziening.
Bij het verlenen van een voorziening in natura vermeldt de beschikking in ieder geval:
welke individuele voorziening verstrekt wordt en wat het beoogde resultaat daarvan is;
de ingangsdatum en duur van de verstrekking;
de vervaltermijn van de beschikking als bedoeld in artikel 19 lid 3;
hoe de voorziening wordt verstrekt, en indien van toepassing;
welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.
Bij het verlenen van een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vermeldt de beschikking in ieder geval:
voor welk resultaat het persoonsgebonden budget moet worden besteed;
welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het persoonsgebonden budget;
de hoogte van het persoonsgebonden budget en hoe deze is bepaald;
de duur van de verstrekking waarvoor het persoonsgebonden budget is bedoeld;
de vervaltermijn van de beschikking als bedoeld in artikel 19 lid 3;
de wijze van verantwoording van de besteding van het persoonsgebonden budget .
Bij het besluit wordt aan de belanghebbende informatie verstrekt over de rechten en de plichten van de jeugdige en zijn ouders op grond van de wet, de verordening en de nadere regels.
In de beschikking wordt aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3
Artikel 20
Inhoud beschikking
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Gooise Meren 2019