Naar hoofdinhoud
De Nota Parkeernormen 2019 heeft het karakter van een beleidsregel. De Nota stelt de kaders waaronder betreffende parkeren het college van burgemeester en wethouders medewerking verleent aan ruimtelijke ontwikkelingen die een nieuwe parkeerbehoefte genereren of een verandering in de parkeerbehoefte veroorzaken. Aanvragen voor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen (artikel 2.1, eerste lid onder a, van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht) worden via de dynamische planregels uit het paraplubestemmingsplan dwingend aan de parkeernormen en bijbehorende uitvoeringsregels getoetst. Maar ook aanvragen omgevingsvergunning voor handelen in strijd met het bestemmingsplan worden beoordeeld aan de hand van de parkeernormen en bijbehorende uitvoeringsregels. Dit geldt ook voor de zogenaamde ‘kruimelgevallen’. Ieder initiatief dat aan de 1:1 aan de uitgangspunten van de parkeernormen uit Bijlage 2 voldoet, kan in beginsel rekenen op een positief advies van de vakgroep verkeer. Voor grootschalige projecten die een forse investering kennen kan de dekking van de parkeereis voor auto- en fietsparkeren een heel specifiek onderdeel van een project worden. Een lagere dekking van de eis kan, als afwijking op de reguliere regel, aan het college voor besluitvorming worden voorgesteld, mits er een goede, toetsbare onderbouwing aan ten grondslag wordt gelegd. De parkeereisen kunnen worden berekend met gebruikmaking van ‘beïnvloeding (andere wijze van vervoer), benutten (dubbelgebruik), reguleren (Blauwe zone/ vergunningparkeren) of huren/ kopen/ bouwen (anterieure overeenkomst). In deze volgorde van benadering! Hierbij dient als voorwaarde te worden beschreven op welke wijze wordt omgegaan met ‘bezoekersparkeren’ en met draagvlak voor de toekomstig bewoners en gebruikers.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel