Het hanteren van een gebiedsindeling maakt het mogelijk om het toepassingskader zoals dat nader is omschreven in hoofdstuk 4 ook daadwerkelijk gebiedsgerichter te maken. Dit houdt bijvoorbeeld in dat auto- en fietsparkeernormen in centrumgebieden op een andere wijze worden toegepast dan de auto- en fietsparkeernormen in aan het centrum grenzende woonwijken of in perifeer gelegen woonwijken aan de rand van het dorp. Daarnaast kan, in specifieke gevallen, de bijzondere beleidsregel worden ingezet bij grootschalige projecten.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1.2