De burgemeester kan de vergunning intrekken:
indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in 2:40c, onder e;
indien gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen;
indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken.
HOOFDSTUK 2. › AFDELING 10.
Artikel 2:40f
Intrekking vergunning
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Steenwijkerland 2009 Versie 10 (incl. 9e wijziging)