**1..** Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar
het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren voor
verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van
iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door
het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen de bij de
aanschrijving vast te stellen termijn:
indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;
de iepen te ontschorsen en de schors te
vernietigen;
of de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te
vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding
van de iepziekte wordt voorkomen.
**2..** Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met uitzondering
van geheel ontschorst iepenhout en iepenhout met een doorsnede
kleiner dan 4 cm, voorhanden of in voorraad te hebben of te
vervoeren.
**3..** Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van dit verbod. Indien
het bevoegd gezag van oordeel is dat er sprake is van een acuut
gevaar van verspreiding van de iepziekte of de iepenspintkevers,
dan kan door het bevoegd gezag gevorderd worden dat de hiertoe
in aanmerking komende iepen meteen gekapt worden, zonder dat er
rekening gehouden wordt met de in de aanschrijving vastgestelde
termijn.
HOOFDSTUK 4. › AFDELING 3.
Artikel 4:12
Bestrijding iepziekte
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Steenwijkerland 2009 Versie 10 (incl. 9e wijziging)