Naar hoofdinhoud
1.. Het college merkt het inkomen dat niet meer bedraagt dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in paragraaf 3.2 van de wet aan als inkomen zonder draagkracht. 2.. In afwijking van het vorige lid merkt het college het inkomen dat niet meer bedraagt dan 100% van de toepasselijke bijstandsnorm aan als draagkrachtinkomen voor de woonkostentoeslag. 3.. Indien het inkomen meer bedraagt dan 120% dan wordt 35 % van het meerdere in aanmerking genomen voor de draagkracht. Voor de woonkostentoeslag wordt 100% van het meerdere in aanmerking genomen voor de draagkracht. 4.. Bij de vaststelling van het inkomen als bedoeld in het eerste lid blijven de middelen als bedoeld in artikel 31, tweede lid, van de wet buiten beschouwing met uitzondering van de huurtoeslag in het geval van een aanvraag om woonkostentoeslag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel