Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene subsidieverordening 2020

Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb weigert het college de subsidie voor zover: de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met het bepaalde bij of krachtens wet, het algemeen belang of de openbare orde. Onverminderd het eerste lid kan het college de subsidie weigeren indien: niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; de aanvraag voor subsidie betrekking heeft op partijpolitieke, godsdienstige, religieuze of levensbeschouwelijke activiteiten; de aanvrager ook zonder subsidie over voldoende gelden kan beschikken, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, om de kosten van de activiteiten te dekken. Het college weigert een incidentele subsidie voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit waarvoor op grond van subsidieregelingen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, subsidie kan worden verstrekt, of in het jaar voorafgaand aan de aanvraag kon worden verstrekt. Het college weigert een incidentiele subsidie voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit die in het gemeentelijk beleid onvoldoende prioriteit heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel