Er wordt in elk geval geen subsidie verstrekt voor:
kosten waarvoor reeds verplichtingen zijn aangegaan voordat de aanvraag is ontvangen, tenzij het een boekjaarsubsidie betreft;
kosten gemaakt na het verstrijken van het tijdvak waarvoor subsidie is verleend, met uitzondering van de kosten verbonden aan het voldoen aan artikel 21a, eerste lid;
kosten die niet rechtstreeks aan de activiteit toe te rekenen zijn;
niet noodzakelijke of bovenmatige kosten;
verrekenbare of compensabele belastingen, heffingen of lasten;
ongespecificeerde kosten, voor zover die hoger zijn dan 5% van de totale subsidiabele kosten;
kosten van vrijwilligersuren, voor zover gewaardeerd boven het ten tijde van ontvangst van de aanvraag geldende wettelijk minimumloon van een 23-jarige, uitgaande van een 36-urige werkweek;
boetes, financiële sancties en hiermee samenhangende kosten.
Het college kan in subsidieregelingen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, afwijken van het eerste lid, onderdeel a.