Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een maandelijkse toelage toegekend. De hoogte van de toelage wordt vastgesteld bij het besluit van de gemeenteraad om een onderzoekscommissie in te stellen. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1.3, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, bedraagt de toelage per jaar niet meer dan maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden.
Artikel 2.
Toelage raadslid onderzoekscommissie
Onderdeel van Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2019