Naar hoofdinhoud
1.. Voor voorwerpen op of aan de weg die voldoen aan de in dit hoofdstuk genoemde voorwaarden geldt het verbod van artikel 2:10 APV niet. 2.. Voorwerpen op of aan de weg die niet voldoen aan de in dit hoofdstuk genoemde voorwaarden zijn niet toegestaan. 3.. De plaatsing van een voorwerp is gemeld via het digitale meldformulier op www.t-diel.nl. 4.. Een voorwerp op of aan de weg mag: niet langer dan twee weken worden geplaatst; niet aanwezig zijn in de periode van 27 december tot en met 1 januari; niet aanwezig zijn in de periode van vier weken voorafgaande aan de dag van Europese, landelijke, provinciale, gemeentelijke of waterschapsverkiezingen of een referendum. 5.. Een voorwerp op of aan de weg mag geen hinder of gevaar voor het verkeer opleveren. Hiervan is in ieder geval sprake wanneer: het voorwerp op een afstand van minder dan 20 meter van een kruising of splitsing van wegen wordt geplaatst; het voorwerp op een afstand van minder dan 0,5 meter naast de rijbaan voor fietsend en/of gemotoriseerd verkeer wordt geplaatst; boven de rijbaan voor fietsend en/of gemotoriseerd verkeer niet tenminste een vrije doorgang van 4,4 meter wordt gelaten; op voetpaden niet tenminste een vrije doorgang van 1,5 meter wordt gelaten; de vrije doorgang op trottoiropgangen of blindegeleidestroken worden belemmerd; boven voetpaden niet tenminste een vrije doorgang van 2,2 meter wordt gelaten; 6.. Een voorwerp op of aan de weg mag geen gelijkenis vertonen met verkeersborden en verkeerstekens. 7.. Een voorwerp op of aan de weg mag geen handelsreclame bevatten, tenzij het voorwerp een uitstalling betreft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel