Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening precariobelasting 2020

De precariobelasting wordt niet geheven voor het hebben van: voorwerpen, die ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd; voorwerpen, waarvoor de gemeente een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a. van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; voorwerpen, waarvan de gemeente genot hebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; deuren, die krachtens een wettelijk voorschrift naar buiten moeten openslaan; brievenbussen en telefooncellen; afvoerbuizen van hemelwater, die aan een gebouw zijn aangebracht en niet meer dan 0,15 meter buiten de gevel uitsteken; voorwerpen, die uitsluitend voorzien in een algemeen belang dan wel worden gebezigd voor weldadige doeleinden; buizen in de grond tot lozing van faecaliën, huishoud- of hemelwater. voorwerpen, voor wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB, VVV en andere overeenkomstige instellingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel