Naar hoofdinhoud
1.. De inzameling van afvalstoffen geschiedt via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een rolcontainer-geschikte woning, via een inzamelvoorziening voor de gebruikers van niet rolcontainer-geschikte woningen of via een inzamelvoorziening op wijkniveau. 2.. Op grond van artikel 10, derde lid, van de verordening worden voor de inzameling van de onderstaande afvalstoffen de volgende inzamelmiddelen en inzamelvoorziening aangewezen: Voor restafval van huishoudens: een (ondergrondse) verzamelcontainer; een namens de inzameldienst verstrekte rolcontainer. Voor GFT-afval van huishoudens: een namens de inzameldienst verstrekte rolcontainer of afvalemmer voor de gebruiker van één perceel van een rolcontainer-geschikte woning; een verzamelcontainer of rolcontainer op standaard voor de gebruikers van een niet rolcontainer-geschikte woningen. Voor oud papier en karton: een namens de inzameldienst verstrekte duo-container voor de inzameling van zowel oud papier en karton als PBD voor de gebruikers van een rolcontainer-geschikte woning; een (ondergrondse) verzamelcontainer of een duocontainer op standaard. Voor verpakkingsglas: een (ondergrondse) verzamelcontainer voor glas op wijkniveau. Voor textiel: een (ondergrondse) verzamelcontainer voor textiel op wijkniveau. Voor PBD: Een namens de inzameldienst verstrekte duo container voor de inzameling van zowel oud papier en karton als PBD voor de gebruikers van een rolcontainer-geschikte woning. Een (ondergrondse) verzamelcontainer voor PBD of een duocontainer op standaard. 3.. De in artikel 3 genoemde categorieën huishoudelijke afvalstoffen zijn ook in te leveren op het milieuplein. 4.. De loopafstand tot een verzamelcontainer voor gebruikers van een aantal percelen bedraagt maximaal 250 meter.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel