Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt.
De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of een persoonsgebonden budget zijn ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet, of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.
In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet, is de cliënt de volgende bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van het collectief vervoer:
Aantal zones
Bijdrage
1
€ 2,35
2
€ 3,35
3
€ 4,35
4
€ 5,45
5
€ 6,45
6
€ 7,50
De jaarlijkse indexatie van de bijdrage wordt door het college bij nadere regels vastgesteld.
De kostprijs van een maatwerkvoorziening en persoonsgebonden budget wordt bepaald door het resultaat van de aanbesteding.
In de gevallen bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget door een andere instantie dan het CAK vastgesteld en geïnd.
De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
Artikel 8.