Naar hoofdinhoud
Het college verstrekt een persoonsgebonden budget in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet. De hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld aan de hand van een door de jeugdige of zijn ouders opgesteld plan waarin in ieder geval uiteen is gezet: welke jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken, en indien van toepassing, welke hiervan de jeugdige of zijn ouders willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. De hoogte van een persoonsgebonden budget wordt berekend op basis van een tarief of prijs: waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het persoonsgebonden budget de jeugdige of zijn ouders in staat stelt tijdig kwalitatief goede jeugdhulp van derden te betrekken; waarbij rekening is gehouden met redelijke overheadkosten van derden van wie de jeugdige of zijn ouders de jeugdhulp willen betrekken, en waarbij, voor zover van toepassing, rekening is gehouden met de in het vijfde lid gestelde voorwaarden betreffende het tarief onder welke de jeugdige of zijn ouders de mogelijkheid heeft om de betreffende jeugdhulp te betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk. De hoogte van een persoonsgebonden budget bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare individuele voorziening in natura. De persoon aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt kan de jeugdhulp onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het eigen sociale netwerk: het tarief of de prijs, bedoeld in het derde lid, onder a, bedraagt voor jeugdhulp verleend door een derde, niet zijnde op onverplichte basis verleende jeugdhulp, door een hulp uit het sociale netwerk als bedoeld in artikel 8 van de Regeling Jeugdwet 120% van het wettelijk minimumloon en voor zover; deze persoon heeft aangegeven dat het leveren van de jeugdhulp voor hem niet tot overbelasting leidt. Tussenpersonen of belangbehartigers worden niet uit het persoonsgebonden budget betaald. Het college stelt jaarlijks bij nadere regels en conform dit artikel de bedragen vast. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van de persoon aan wie het pgb is verstrekt een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 8.1.4, eerste lid, onder a, d of e, van de wet. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als de jeugdige langer dan zes weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet. Het college stelt de persoon aan wie het pgb is verstrekt schriftelijk op de hoogte van een verzoek als bedoeld in het achtste lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel