Naar hoofdinhoud
Uitzonderingen Artikel 2 wordt niet toegepast als: het bedrag van de vermindering of teruggaaf, waarvoor de belanghebbende per aanslag in aanmerking komt, lager is dan het minimumbedrag dat blijkt uit artikel 2; het bezwaar- of verzoekschrift meer dan vijf jaar na het ontstaan van de materiële belastingschuld bij de inspecteur wordt ingediend; aannemelijk is dat de belanghebbende opzettelijk of door grove schuld de wettelijke termijn voor het indienen van een bezwaarschrift ongebruikt heeft laten verstrijken. In afwijking van het bepaalde in lid 1, onder b, eindigt voor de onroerende-zaakbelastingen de termijn conform het bepaalde in artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit Wet waardering onroerende zaken vijf jaar na het nemen van de waardebeschikking. Voor de roerende-ruimtebelastingen wordt deze termijn tevens gehanteerd. Ambtshalve vermindering of teruggaaf blijft ook achterwege als in het laatste jaar van de vijfjaarstermijn een navorderings- of naheffingsaanslag aan de belanghebbende is opgelegd en een jaar of meer is verstreken na de dagtekening van die navorderings- of naheffingsaanslag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel