Om af te wijken van een bestemmingsplan is een deugdelijke motivering nodig. Deze motivering moet in het besluit worden opgenomen. Met deze beleidsregels kan voor de motivering volstaan worden door in de omgevingsvergunning te verwijzen naar de betreffende beleidsregel. Het hanteren van beleidsregels zorgt ervoor dat het bestuur een goede invulling geeft aan het motiveringsbeginsel.
Als een aanvraag past binnen het beleid betekent dat niet dat altijd medewerking zal worden verleend aan een afwijking van het bestemmingsplan. Er kan sprake zijn van beoordelingsaspecten die tot een weigering leiden. Deze weigering dient uiteraard te worden voorzien van een deugdelijke motivering. Wanneer een aanvraag bijvoorbeeld niet past binnen gebiedsspecifiek ruimtelijk beleid (zoals voor de historische linten), dan zal deze worden geweigerd. Ook wanneer één van de betrokken belangen naar het oordeel van burgemeester en wethouders onevenredig zwaar wordt geschaad door toepassing van de voorwaarden in deze beleidsregels, kan de aanvraag worden geweigerd.
Het omgekeerde is eveneens denkbaar. Ondanks dat een initiatief niet past binnen de hier opgenomen beleidsregels, kunnen er ruimtelijke argumenten zijn op basis waarvan medewerking toch wenselijk/verantwoord is. In dat geval volgt een nadere beoordeling. Een nadere beoordeling is van toepassing op situaties die zodanig specifiek zijn dat algemene beleidsregels niet toereikend zijn voor een zorgvuldige afweging. In zo’n geval wordt locatie-specifiek beoordeeld of het bouwplan wenselijk en verantwoord is. Bij ieder bouwplan dat niet past in de beleidsregels wordt overwogen of een nadere beoordeling aan de orde is, ofwel of er zich bijzondere omstandigheden voordoen welke vergunningverlening rechtvaardigen.
Artikel 3. Motivering en bijzondere omstandigheden