1.1 Algemeen
Hoe gronden mogen worden bebouwd en gebruikt is vastgelegd in bestemmingsplannen, die worden vastgesteld door de gemeenteraad voor een looptijd van (maximaal) tien jaar. Met toepassing van de ’’kruimelgevallenlijst’’ als bedoeld in artikel 4 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor), kan door het college van burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning worden afgeweken van een geldend bestemmingsplan.
1.2 Doel
Deze beleidsregels zijn een uitwerking van en een aanvulling op de op 8 maart 2011 vastgestelde en op 21 juni 2016 gewijzigde beleidsregels en hebben als doel om bij aanvragen om een omgevingsvergunning, die niet passen in het bestemmingsplan, en waarbij gebruik gemaakt kan worden van de 'kruimelgevallenlijst' een afwegingskader te bieden, waarmee snel een oordeel kan worden gevormd over de wenselijkheid en aanvaardbaarheid van het aangevraagde bouwplan.
Door middel van het stellen van een kader bieden deze beleidsregels naast duidelijkheid ook uniformiteit en transparantie. Transparantie van besluitvorming in het overheidshandelen draagt bij aan de rechtszekerheid en voorkomt willekeur.
Naast uniformiteit en transparantie wordt een efficiënte dienstverlening door de beleidsregels bereikt omdat er vooraf duidelijkheid over de haalbaarheid van de bouwplannen wordt gegeven. Het is de bedoeling om bouwplannen, met een beperkte ruimtelijke impact zonder onaanvaardbare negatieve gevolgen voor andere belanghebbenden, toe te staan.
1.3 Toepasbaarheid
Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor bouwen of afwijken van het bestemmingsplan wordt altijd getoetst aan het bestemmingsplan. Is een aanvraag in strijd met het bestemmingsplan, dan wordt beoordeeld of het bestemmingsplan zelf de mogelijkheid biedt af te wijken. Is dit niet het geval, dan wordt gekeken of gebruik kan worden gemaakt van de zogenaamde ‘kruimelgevallenlijst’ die in Bijlage II, artikel 4 Besluit omgevingsrecht (Bor) is opgenomen. Indien dat mogelijk is, wordt gekeken of deze beleidsregels van toepassing zijn of dat een integrale beoordeling volgt. Kan geen gebruik worden gemaakt van de ’kruimelgevallenlijst’, dan kan de aanvraag niet meer binnen de reguliere procedure worden afgehandeld. In die gevallen is de uitgebreide procedure op grond van de Wabo van toepassing, waarbij de aanvrager een ruimtelijke onderbouwing aanlevert die zal worden beoordeeld. Dit wordt verder toegelicht in hoofdstuk 4.
Deze beleidsregels zijn dus van toepassing op afwijkingen van het bestemmingsplan waarbij het bestemmingsplan zelf geen afwijkingsmogelijkheid biedt, maar de ‘’kruimelgevallenlijst’’ wel.
1.4 Nadere beoordeling en integrale beoordeling
Indien de aanvraag niet voldoet aan deze beleidsregels, maar wel valt onder de reikwijdte van de ‘kruimelgevallenlijst’, dan wordt de aanvraag integraal beoordeeld. Ook is voor een aantal kruimelgevallen in deze beleidsregels aangegeven dat sowieso een integrale
beoordeling noodzakelijk is. Voor die gevallen zijn geen standaard beleidsregels opgesteld.
Een nadere of integrale beoordeling betekent dat de doorlooptijd van de aanvraag langer zal zijn dan bij een aanvraag waarop de beleidsregels kunnen worden toegepast.
Artikel Inleiding