**1..** Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening voor oninbare vorderingen gevormd.
**2..** De hoogte van deze voorziening wordt bepaald volgens de zgn. statische benadering waar wordt er gekeken naar de oninbaarheid van bijzondere individuele vorderingen. Dat betekent dat op basis van afloscapaciteit en rekening-houdend met de levensverwachting, de in- of oninbaarheid wordt bepaald.
Hoofdstuk 3.
Artikel 17.