In deze verordening wordt verstaan onder:
a. besluit:
het Huisvestingsbesluit;
b. doorstromer:
de woningzoekende, die bij vertrek uit de huidige woonruimte een huurwoning in de regio leeg achterlaat die via artikel 2.6.1 wordt aangeboden;
c. economische binding:
het daaromtrent in artikel 2 van het besluit bepaalde;
De tekst van artikel 2 van het besluit ten aanzien van economische binding luidt:
economische binding aan een gebied: de binding van een persoon aan een gebied, daarin gelegen dat die persoon, met het oog op de voorziening in het bestaan, een redelijk belang heeft zich in dat gebied te vestigen, met dien verstande dat een economische binding in elk geval wordt aangenomen ten aanzien van personen die voor de voorziening in het bestaan zijn aangewezen op het duurzaam verrichten van arbeid binnen of vanuit dat gebied;
d. eigenaar:
het daaromtrent in artikel 1, lid 2, van de wet bepaalde;
De tekst van artikel 1, lid 2, van de wet luidt:
onder eigenaar van een woonruimte of gebouw wordt verstaan: degene die bevoegd is tot het in gebruik geven van die woonruimte of dat gebouw.
e. huishouden:
een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren;
f. huisvestings-vergunning:
de vergunning, bedoeld in artikel 7 van de wet;
De tekst van artikel 7 van de wet luidt:
Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een woonruimte, aan gewezen overeenkomstig artikel 5, in gebruik te nemen voor bewoning.
Het is verboden een woonruimte, aangewezen overeenkomstig artikel 5, voor bewoning in gebruik te geven aan een persoon die niet beschikt over een huisvestingsvergunning.
Voor de toepassing van het eerste en tweede lid, wordt het in gebruik nemen of geven van een woonwagen, die op een standplaats staat, of van een woonschip dat op een ligplaats ligt, aangemerkt als het in gebruik nemen 0/geven van die standplaats onderscheidenlijke ligplaats.
g. huurprijs:
het daaromtrent in artikel 1, sub 1.f, van de Wet bepaalde;
De tekst van artikel 1, sub 11, van de wet luidt:
huurprijs: de prijs die tij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte, uitgedrukt in een bedrag per maand
h. huurprijsgrens:
het daaromtrent in artikel 6, lid 3, van de wet bepaalde;
De tekst van artikel 6, 2e en 3e lid, van de wet luidt:
2. Behoudens het bepaalde in het vierde lid, kan, indien de koopprijs onderscheiden/ijk de huurprijs daarvan de ter zake in het derde lid gestelde grens te boven gaat, een aanwijzing evenmin betreffen:
a.) woonruimten die in gebruik zul/en worden genomen door de eigenaar ervan in de zin van het Burgerlijk Wetboek, en die hetzij niet eerder bewoond zijn geweest, hetzij sedert de eerste ingebruikname, dan wel gedurende ten minste zes maanden waarin zij laatste/ijk bewoond zijn geweest, bewoond werden door de eigenaar ervan in de zin van het Burgerlijk Wetboek, en
b.) andere woonruimten dan bedoeld onder a.
3. De grenzen bedoeld in het tweede lid, bedragen:
a.) voor de aanwijzing van woonruimten als bedoeld in dat lid, onder a: het in de betrokken gemeente geldende hoogste bedrag voor de koopsom van een woonruimte, voor het verkrijgen in eigendom waan van aan degene die zodanige woonruimte als eigenaar zal bewonen, afhankelijk van de hoogte van diens inkomen, krachtens wettelijk voorschrift van overheidswege steun kan worden verstrekt;
b.) voor de aanwijzing van woonruimten als bedoeld in dat lid, onder b: een twaalfde deel van het bedrag, op het tijdstip van de aanwijzing genoemd in artikel 16 van de Wet individuele huursubsidie (Stb. 1990,394).
i. ingezetene:
degene die in het bevolkingsregister van één der gemeenten in het gewest IJmond is opgenomen, en feitelijk in het gewest IJmond hoofdverblijf heeft in een voor permanente bewoning bestemde woonruimte;
j. inkomen:
onder “inkomen” wordt verstaan: het rekeninkomen zoals bedoeld in artikel 3 van de Huursubsidiewet.
k. koopprijs:
het daaromtrent in artikel 1, sub g, van de wet bepaalde;
De tekst van artikel 1, sub g, van de wet luidt koopprijs: de prijs die voor de enkele koop van een woonruimte daadwerkelijk is of zal worden betaald.
l. koopprijsgrens:
het daaromtrent in artikel 6, lid 3, van de wet bepaalde
m. ligplaats:
een ligplaats is op grond van de Wet op de woonschepen als zodanig aangewezen;
n. maatschappelijke binding:
het daaromtrent in artikel 2 van het besluit bepaalde;
De tekst van artikel 2 van het besluit ten aanzien van maatschappelijke binding luidt:
maatschappelijke binding aan een gebied: de binding van een persoon aan een gebied, daarin gelegen dat die persoon een redelijk, met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich in dat gebied te vestigen, met dien verstande dat maatschappelijke binding in elk geval wordt aan genomen ten aanzien van personen die ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene zijn, dan wel gedurende de voorafgaande tien jaar tenminste zes jaar onafgebroken ingezetene zijn geweest van dat gebied;
o. Onttrekkings-vergunning:
de vergunning als bedoeld in artikel 30 van de wet;
De tekst van artikel 30 van de wet luidt:
1. Het is verboden een woonruimte die behoort tot een door de gemeenteraad in de huisvestingsverordening daartoe met het oog op het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad aangewezen categorie, zonder vergunning van burgemeester en wethouders:
a.) aan de bestemming tot bewoning te onttrekken, of voor een zodanig gedeelte aan die bestemming te onttrekken, dat die woonruimte daardoor niet langer geschikt is voor bewoning door een huishouden van dezelfde omvang als waarvoor deze zonder zodanige onttrekking geschikt is;
b.) met andere woonruimte samen te voegen;
c.) van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten.
2. Onder zelfstandige woonruimte als bedoeld in het eerste lid, ouder c, wordt verstaan een woonruimte welke een eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.
3. Woonruimte, aangewezen overeenkomstig artikel 5, wordt tevens aangewezen overeenkomstig het eerste lid, tenzij een zodanige aanwijzing naar het oordeel van de gemeenteraad met het oog op het behoud of de samenstelling van de woonruimte voorraad niet noodzakelijk is.
p. regio:
het grondgebied van de gemeenten Beverwijk, Castricum, Heemskerk, Uitgeest en Velsen; deze gemeenten nemen deel in de gemeenschappelijke regeling Gewest IJmond;
q. regionale volkshuisvestings-commissie:
de commissie van portefeuillehouders volkshuisvesting en woonruimteverdeling in de regio.
r. standplaats:
een standplaats op een centrum als bedoeld in artikel 2 van de Woonwagenwet (Stbl. 1968, 98), of een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Woningwet (Stbl. 1991, 439);
s. starter:
de woningzoekende, die geen doorstromer is;
t. toetsings-commissie:
de commissie, die aan burgemeester en wethouders een bindend advies uitbrengt over het al dan niet verstrekken van een urgentieverklaring, die door een woningzoekende is aangevraagd;
u. wet:
de Huisvestingswet;
v. woningzoekende:
het huishouden dat in het register als bedoeld in artikel 2.2.3 is ingeschreven;
w. woonruimte:
het daaromtrent in artikel 1, sub 1 .b, van de wet bepaalde;
De tekst van artikel 1, sub b. 1, van de wet luidt:
woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet te zamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden.
én het daaromtrent in artikel 1, sub 3, van de wet bepaalde;
De tekst van artikel 1, sub 3, van de wet luidt:
in deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder woonruimte mede begrepen:
a.) een standplaats voor een woon wagen;
b.) een ligplaats voor een woonschip