1.
Burgemeester en wethouders dragen zorg voor het aanleggen en bijhouden van een register van woningzoekenden.
2.
In dit register worden op hun verzoek als woningzoekenden ingeschreven:
de huishoudens die een urgentieverklaring als bedoeld in artikel 2.5.1 bezitten;
de huishoudens die in aanmerking komen om op een voordracht als bedoeld in artikel 2.9.2 te worden geplaatst;
de huishoudens waarvan tenminste één der volwassen leden een economische of maatschappelijke binding met de regio heeft, danwel gedurende een termijn van tenminste één jaar ingezetene van de regio is, danwel in de positie verkeert als aangegeven in artikel 5, lid 1, van het besluit.
De tekst van artikel 5, lid 1, van het besluit luidt:
Behoudens het bepaalde in het tweede lid, wordt geen onderscheid naar economische of maatschappelijke binding gemaakt ten aanzien van woningzoekenden:
waarvan redelijkerwijs niet of niet meer verwacht kan worden dat zij door het duurzaam verrichten van arbeid in hun bestaan voorzien, zoals gepensioneerden, ernstig invaliden en langdurig werklozen;
die als remigranten wensen terug te keren naar Neder¬land of zijn teruggekeerd, doch nog niet over passende huisvesting beschikken;
die ingevolge de Vreemdelingen wet als vluchteling zijn toegelaten, danwel om klemmende redenen van humanitaire aard, of om redenen, verband houdend met omstandigheden in hun land van nationaliteit, in het bezit zijn gesteld van een vergunning tot verblijf als bedoeld in die wet, indien zij die in verband met die omstandigheid woonruimte behoeven;
die na echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed, in verband met die omstandigheid dringend woonruimte behoeven;
die een procedure tot echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed aanhangig hebben gemaakt en een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 825b en 825c van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering hebben verkregen, indien zij in verband met die omstandigheid dringend woonruimte behoeven.
3.
In afwijking van het gestelde in lid 2, sub c, geldt de eis van economische of maatschappelijke binding niet, indien zich een situatie voordoet als beschreven in artikel 6 van het besluit.
De tekst van artikel 6 van het besluit luidt:
Een onderscheid naar economische of maatschappelijke binding wordt niet gemaakt ten aanzien van woningzoekenden:
die een huisvestingsvergunning aanvragen met het oog op een voorgenomen woningruil, indien tenminste één der bij de ruil betrokken partijen behoort tot een categorie, genoemd in artikel 5, eerste l lid, of aan de ruil een aanvaarding van een werkkring te grondslag ligt;
die als personeel in dienst zijn van het Europees laboratorium voor ruimtetechnologie van de European Space Research Organisation en hun functie in Nederland uitoefenen.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.2
Artikel 2.2.3
Regionaal register van woningzoekenden
Onderdeel van Huisvestingsverordening 1994