Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.5

Bewijs van inschrijving

Onderdeel van Huisvestingsverordening 1994

1. Burgemeester en wethouders verstrekken, na betaling van het verschuldigde inschrijfgeld, aan de in het register ingeschreven woningzoekende een bewijs van inschrijving, 2. Het bewijs van inschrijving blijft: behoudens het in het vierde lid gestelde, één jaar geldig. 3. De inschrijving in het register wordt steeds met een jaar verlengd, indien de woningzoekende minstens één maand voor het eindigen van de in het vorige lid bedoelde termijn daarom door indiening van het "inschrijfformulier" heeft verzocht. 4. Burgemeester en wethouders halen een inschrijving door, indien: de woningzoekende daarom verzoekt; de woningzoekende een woning in de regio heet: aanvaard; de woningzoekende niet meer voldoet aan de eisen genoemd in artikel 2.2.3 van de verordening; gebleken is dat de woningzoekende onjuiste inlichtingen heet: verstrekt danwel inlichtingen heeft verzwegen welke van belang kunnen zijn voor het toewijzen van passende woonruimte. 5. Burgemeester en wethouders bevestigen de doorhaling van een inschrijving schriftelijk aan de belanghebbende

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel