Burgemeester en wethouders kunnen een onttrekkingsvergunning intrekken, indien:
niet binnen de in artikel 3.1 .3 lid 3, sub a gestelde termijn nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot onttrekking, samenvoeging of omzetting;
de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.