Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Voorwaarden en verplichtingen

Onderdeel van Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse educatie Leusden 2020-1

De in dit artikel genoemde voorwaarden en verplichtingen worden in de beschikking tot subsidieverlening dan wel in een overeenkomst ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening vastgelegd. Aan de subsidieontvanger als bedoeld in artikel 1 onder a legt het college de volgende voorwaarden en verplichtingen op: de aanbieder houdt een administratie bij van de doelgroepen waaruit het aantal benutte kindplaatsen per kalenderjaar blijkt met daarbij een specificatie van: de periode en het aantal dagdelen waarin de (doelgroep)peuter deelneemt aan de peuteropvang/peuterspeelzaalwerk; de hoogte van de eigen bijdragen van ouders voor zover dit relevant is voor de subsidieverlening; of een peuter doelgroeppeuter is op basis van de afgegeven indicatiestelling. Voorafgaand aan ieder kwartaal geeft iedere aanvrager een prognose van de verwachte bezetting van Kindplaatsen, verdeeld over de categorieën a, b en c uit lid 1 van artikel 6. Uiterlijk 2 weken na het aflopen van een kwartaal levert iedere aanvrager een overzicht van de gerealiseerde bezetting van Kindplaatsen, verdeeld over de categorieën a, b en c uit lid 1 van artikel 6. Een aanvrager wisselt gegevens uit met de GGD over de vraag hoeveel en welke kinderen met een VVE indicatie ook daadwerkelijk worden bereikt. de aanbieder van voorschoolse educatie werkt (pro)actief mee bij: overleg en samenwerking met de GGD-JGZ teneinde ouders van doelgroeppeuters toe te leiden naar deelname aan voorschoolse educatie; het (mee)realiseren van de doorgaande leer- en ontwikkelingslijn; het ontwikkelen, versterken en vergroten van ouderbetrokkenheid; het realiseren van een (warme) overdracht naar het basisonderwijs of een andere passende instelling; het werken met een kind- en/of ontwikkelvolgsysteem; het werken met een erkend vve-programma voor doelgroeppeuters; het vastleggen en de borging van afspraken die gezamenlijk met andere betrokken partners worden gemaakt – mede in het kader van het voorkomen en het aanpakken van onderwijsachterstanden en andere relevante thema’s in het kader van de Lokale Educatieve Agenda; Aansluiting bij door de gemeente georganiseerde Vve-overleg; het ontplooien van activiteiten die zijn gericht op het verkrijgen van (meer) zicht op het (non)-bereik van doelgroeppeuters; het samenwerken, afstemmen en overleggen met andere betrokken partners zoals het basisonderwijs, het consultatiebureau, basis- en sociaal team, etc.; deelname aan deskundigheidsbevordering, scholing, toetsing alsmede het ontplooien van activiteiten teneinde te voldoen aan regelgeving; Gericht ouderbeleid; het informeren van ouders en ouderbetrokkenheid; Het gebruik maken van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en de verwijsindex (VIR); overige activiteiten die in het belang zijn voor de kwaliteit(seisen) van de uitvoering van de (doelgroep)peuteropvang.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel