Naar hoofdinhoud
1.. Het college honoreert aanvragen voor subsidies in de vorm van een subsidieverlening. 2.. Subsidieverlening vindt plaats voor de periode 1 augustus tot en met 31 december 2020. De subsidie wordt maandelijks betaalbaar gesteld. 3.. Voor beide categorieën activiteiten worden maandelijkse subsidievoorschotten verstrekt. De verleende voorschotten worden na afloop van het jaar definitief verrekend met de werkelijke deelname. 4.. Bij verdeling van de subsidie is uitgangspunt van het college dat continuïteit wordt geboden aan de peuters met een peuterplek in het jaar voorafgaand aan de aanvraag. 5.. De hoogte van de subsidie per kindplaats heeft uitsluitend betrekking op de kosten die resteren na aftrek van bijdragen van ouders en die naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk zijn voor: het zorgen voor kwalitatief hoogwaardige en veilige voorschoolse educatie voor vve-geïndiceerde kinderen of/en het zorgen voor kwalitatief hoogwaardige peuteropvang voor niet VVE-geïndiceerde kinderen waarvan de ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. 6.. De aanvrager van een subsidie peuteropvang of voorschoolse educatie in de peuteropvang factureert en int de ouderbijdrage zoals vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en is verantwoordelijk voor het daadwerkelijk ontvangen van deze bijdrage. 7.. Voor de reguliere Peuteropvang stelt de gemeente géén subsidie beschikbaar voor peuters waarvan de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. 8.. Ouders zonder recht op toeslag betalen aan de aanvrager een inkomensafhankelijke ouderbijdrage. Het college subsidieert voor ouders met een reguliere peuter die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag (artikel 6, lid 1 categorie c.) maximaal 8 uur (2 dagdelen x 4 uur) vanaf de leeftijd van 2,5 jaar tot 4 jaar. De gemeentelijke bijdrage is gebaseerd op de door het college vastgestelde tabel. 9.. Ouders met recht op toeslag en een vve-peuter moeten een beroep doen op de kinderopvangtoeslag voor 1e en 2e dagdeel; zij betalen hierdoor een inkomensafhankelijke ouderbijdrage; Voor het 3e en 4e dagdeel geldt geen ouderbijdrage, deze worden volledig gefinancierd door de gemeente. 10.. Ouders zonder recht op toeslag met een vve-peuter betalen voor het 1e en 2e dagdeel een inkomensafhankelijke ouderbijdrage gekoppeld aan gemeentelijke toeslagtabel; voor het 3e en 4e dagdeel geldt geen ouderbijdrage, deze worden volledig gefinancierd door de gemeente. 11.. Het maximale uurtarief dat de subsidieontvanger bij ouders in rekening mag brengen voor een vve-peuterplaats is gelijk aan de maximale uurprijs die de Rijksoverheid voor de vergoeding uit de kinderopvangtoeslag (2020: € 8,17) hanteert. 12.. Het college laat het aan de aanbieders om het eigen uurtarief vast te stellen voor reguliere peuters. 13.. Ouders zonder recht op toeslag die in aanmerking willen komen voor gemeentelijke toeslag dienen aan de aanvraag bij de aanbieder een ‘Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag’, recente loonstrook, uitkeringsspecificatie of een inkomensverklaring (voorheen IB60 formulier) van de belastingdienst toe te voegen. De hoogte van het inkomens is nodig voor het bepalen van de ouderbijdrage die in rekening wordt gebracht. Indien ouders weigeren de benodigde documenten aan te leveren komen ze in de hoogste categorie aan ouderbijdragen. 14.. Ouders zijn te allen tijde verantwoordelijk voor een volledige en correcte aanvraag voor een kindplaats.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel