Naar hoofdinhoud
1. De rechthebbende of gebruiker die wil doen begraven, een urn of asbus wil doen bijzetten of de as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan de dag waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de gemeente. De zaterdag geldt niet als werkdag. 2. Bij de schriftelijke kennisgeving als bedoeld in het eerste lid moet aangegeven worden of gebruik gemaakt wordt van lijkhoezen en uit welk materiaal het bestaat. 3. Indien de burgemeester verlof heeft verleend om het stoffelijk overschot binnen 36 uur na het overlijden te begraven of te verbranden, moet de kennisgeving zo tijdig mogelijk worden gedaan. 4. Bij de in het eerste lid bedoelde kennisgeving dient het verlof tot begraving of verbranding of een ander wettelijk daarmee gelijkgesteld document te worden overgelegd. 5. Indien het stoffelijk overschot binnen 36 uur na het overlijden wordt begraven of verbrand, dient behalve het in het derde lid bedoelde verlof of document ook het in het tweede lid bedoelde verlof van de burgemeester te worden overgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel