1. Het is verboden op de begraafplaats:
a. zich op hinderlijke wijze te gedragen;
b. te colporteren of goederen voor verkoop aan te bieden;
c. op enige wijze reclame te maken voor handel of een bedrijf;
d. op de graven te lopen of de begraafplaats te verontreinigen;
e. gedenktekens te bekladden, te beschadigen of op enigerlei andere wijze te verontreinigen;
f. honden mee te voeren, met uitzondering van aangelijnde honden;
g. dieren te begraven;
h. te gaan zitten anders dan op de daartoe op de begraafplaats aangebrachte zitplaatsen;
i iets te doen of na te laten dat in strijd is met de eerbiediging van de nagedachtenis van de
overledene;
j. werkzaamheden aan grafbedekkingen door derden te laten verrichten, behoudens artikel 16
van deze verordening.
2. Het is verboden op de begraafplaats:
a. rij- of voertuigen, met uitzondering van invaliden-, kinder- en wandelwagens, mee te nemen, anders dan ter gelegenheid van een begrafenis of tot het vervoeren van materialen bestemd voor op de begraafplaatsen te verrichten werkzaamheden;
b. met voertuigen sneller dan 10 km per uur te rijden.
3. Het college kan ontheffing verlenen van het in lid 2, onder a vermelde verbod.
Hoofdstuk 4
Artikel 5
.
Onderdeel van Verordening op het gebruik en het beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen in de gemeente Twenterand 2013