**1..** De raad kan aan een commissielid een vergoeding toekennen overeenkomstig artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers als:
het commissielid op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie is aangetrokken en/of
het commissielid een vergoeding ontvangt die niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en/of de omvang van de door hem te verrichten arbeid.
**2..** De raad stelt de vergoeding voor de leden van de rekenkamercommissie vast.
Hoofdstuk 3
Artikel 11.