Bijzondere bijstand wordt verleend in de vorm van een renteloze geldlening indien:
redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende op korte termijn over de betreffende periode of ten aanzien van de kosten waarvoor bijstand wordt verleend over voldoende middelen zal beschikken om in de kosten van het bestaan te voorzien;
de noodzaak tot bijstandsverlening het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid;
de aanvraag een door de belanghebbende te betalen waarborgsom betreft;
het bijstand ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast betreft.
Ten aanzien van de geldlening als bedoeld in het eerste lid is beleidsregel 23 van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk
Artikel 25.
Overige bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid Leidschendam-Voorburg 2019