Belanghebbenden met de pensioengerechtigde leeftijd hebben doorgaans niet de mogelijkheid om door inkomensverbetering iets aan hun inkomenspositie te doen. Om te bevorderen dat deze doelgroep bij de samenleving betrokken blijft, is het mogelijk om een periodieke vergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk te verstrekken.
Belanghebbenden met de pensioengerechtigde leeftijd kunnen in aanmerking komen voor een periodieke vergoeding voor vrijwilligerswerk ter hoogte van het in artikel 31 lid 2 onder k van de wet vastgestelde bedrag indien hij/zij voldoen aan de volgende criteria:
er is sprake van een schriftelijke overeenkomst tussen de organisatie en de vrijwilliger voor gemiddeld 4 uur per maand;
de vergoeding voor de kosten wordt vastgesteld voor de duur van de overeenkomst tussen de vrijwilliger en de organisatie, voor maximaal 12 maanden;
de belanghebbende ontvangt geen vergoeding voor de vrijwilligerswerkzaamheden die hoger zijn dat het wettelijk vastgesteld bedrag;
de belanghebbende die wel een vergoeding van de organisatie ontvangt, kan aan-spraak maken op aanvullende bijzondere bijstand tot het maximaal vrij te laten bedrag zoals bedoeld in artikel 31 lid 2 onder k van de wet;
een inkomen hebben dat niet hoger is dan 110% van de van toepassing zijnde bij-standsnorm.
Geen recht op vergoeding bestaat vanaf het moment dat de belanghebbende feitelijk geen vrijwilligersactiviteiten verricht, behoudens de vakantieperiode.
Hoofdstuk
Artikel 45.
Vergoeding vrijwilligerswerk voor personen met de pensioengerechtigde leeftijd
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid Leidschendam-Voorburg 2019