Een alleenstaande ouder die niet meer de volledige zorg heeft voor tot zijn last komende kinderen als gevolg waarvan die ouder de ALO-kop op het kindgebonden budget verliest, heeft recht op een garantietoeslag.
De garantietoeslag wordt slechts toegekend indien en zolang het kind tot het huishouden blijft behoren en de som van de inkomsten van de alleenstaande en het kind lager is dan de norm voor gehuwden waarvan beide echtgenoten 21 jaar of ouder zijn doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd. De garantietoeslag wordt in elk geval beëindigd op de dag dat het kind de 21-jarige leeftijd bereikt.
De garantietoeslag bedraagt het verschil tussen de in lid 2 genoemde norm voor gehuwden en de som van de inkomsten van de alleenstaande en het kind.
Indien het in het tweede lid bedoelde kind aanspraak heeft op studiefinanciering op grond van de WSF wordt als inkomen van het kind aangemerkt het inkomen voor de kosten van levensonderhoud van een thuiswonende, zoals gedefinieerd in artikel 33, tweede lid, onderdeel a, van de wet.
Indien het in het tweede lid bedoelde kind aanspraak heeft op een tegemoetkoming op grond van de WTOS, wordt als inkomen van het kind aangemerkt het inkomen voor de kosten van levensonderhoud van een thuiswonende, zoals gedefinieerd in artikel 33, derde lid van de wet.
Hoofdstuk
Artikel 9.
Garantietoeslag voormalige alleenstaande ouders
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid Leidschendam-Voorburg 2019