Naar hoofdinhoud
1.. Een vordering die is ontstaan vóór 1 juli 2024 en waarvoor geen bestuurlijke boete in de zin van artikel 18a Participatiewet is opgelegd of waarvoor geen aangifte van fraude is gedaan bij het Openbaar Ministerie, kan oninbaar worden verklaard als 120 maanden na de datum van het terugvorderingsbesluit de vordering nog niet (geheel) is afgelost. 2.. Het eerste lid is niet van toepassing op krediethypotheken als bedoeld in artikel 50 Participatiewet, kredieten in het kader van de BBZ 2004 en de bijbehorende contractuele rente en vorderingen in het kader van verhaal van bijstand waarvoor een vonnis door de Rechtbank is afgegeven als bedoeld in artikel 62b Participatiewet. 3.. Een vordering die is ontstaan vóór 1 juli 2024 en waarbij tevens een bestuurlijke boete in de zin van artikel 18a Participatiewet is opgelegd of waarvoor aangifte van fraude is gedaan bij het Openbaar Ministerie, kan oninbaar worden verklaard als 240 maanden na de datum van het terugvorderingsbesluit de vordering nog niet (geheel) is afgelost. 4.. Het derde lid is niet van toepassing op krediethypotheken als bedoeld in artikel 50 Participatiewet en kredieten in het kader van de BBZ 2004 en de bijbehorende contractuele rente. 5. . Een vordering die is ontstaan ná 1 juli 2024 en die voortvloeit uit onverschuldigde betaling of leenbijstand (en waarvoor geen recht op kwijtschelding bestaat) of een schending van de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 17 van de Participatiewet, artikel 13, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 13, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, kan oninbaar worden verklaard als 120 maanden na de datum van het terugvorderingsbesluit de vordering nog niet (geheel) is afgelost. 6. . Een vordering als bedoeld in het eerste, derde of vijfde lid kan ter finale kwijting afgekocht worden indien een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom, in één keer wordt afgelost. 7. . Het vijfde en zesde lid zijn niet van toepassing op krediethypotheken als bedoeld in artikel 50 Participatiewet, kredieten in het kader van de BBZ 2004 en de bijbehorende contractuele rente en vorderingen in het kader van verhaal van bijstand waarvoor een vonnis door de Rechtbank is afgegeven als bedoeld in artikel 62b Participatiewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel