**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
a. Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning;
b. College: het college van burgemeester en wethouders van
gemeente Kerkrade;
c. Aanvrager:
1. een persoon met beperkingen van 18 jaar en ouder oftewel de
wettelijk vertegenwoordiger of diens gemachtigde;
2. de wettelijk vertegenwoordiger oftewel een gemachtigde van
een persoon met beperkingen van jonger dan 18 jaar.
d. Persoon met beperkingen: een persoon die ten gevolge van
ziekte of gebrek, inclusief chronische psychische en/of
psychosociale problemen, aantoonbare beperkingen ondervindt bij
de maatschappelijke participatie;
e. Zelfredzaamheid: het lichamelijk, verstandelijk, geestelijk
en financiële vermogen om zelf voorzieningen te treffen die
maatschappelijke participatie mogelijk maken;
f. Maatschappelijke participatie: normale deelname aan het
maatschappelijk verkeer, te weten het voeren van een huishouden,
het normale gebruik van de woning; het zich in en om de woning
verplaatsen; het zich zodanig verplaatsen dat aansluiting wordt
gevonden bij regionale, bovenregionale en landelijke
vervoersystemen: het ontmoeten van andere mensen en het aangaan
en onderhouden van sociale verbanden om op die manier deel te
nemen aan het lokale maatschappelijke leven;
g. Algemene voorziening: een voorziening die wordt geleverd op
basis van directe beschikbaarheid, een beperkte
toegangsbeoordeling en die een snelle, regelarme en adequate
oplossing biedt voor een persoon met beperkingen;
h. Individuele voorziening: een voorziening die individueel
wordt aangeboden indien een algemene voorziening geen adequate
oplossing biedt;
i. ICF: De International Classification of Functioning,
Disability and Health (ICF) wordt gehanteerd als uniform
begrippenkader, als afwegingskader en als grondslag om de
behoefte aan voorzieningen in individuele gevallen vast te
stellen ofwel te typeren;
j. Eigen bijdrage; een door het CAK vast te stellen bijdrage,
die bij de verstrekking van een voorziening in natura of in de
vorm van een persoonsgebonden budget voor rekening van de
aanvrager komt;
k. Eigen aandeel in de kosten: een door het college vast te
stellen eigen aandeel, dat bij de verstrekking van een
financiële tegemoetkoming voor rekening van de aanvrager komt;
l. Meerkosten: kosten van een mogelijk krachtens de wet te
verlenen voorziening, voorzover dit deel van de kosten uitgaat
boven voor de persoon met beperkingen als algemeen gebruikelijk
te beschouwen kosten voor een dergelijke voorziening;
m. Voorzieningen in natura: een voorziening die in eigendom, in
bruikleen, in huur of in de vorm van persoonlijke
dienstverlening wordt verstrekt;
n. Persoonsgebonden budget: een geldbedrag waarmee de persoon
met beperkingen een of meer aan hem te verlenen compenserende
voorzieningen kan verwerven en waarop de in deze verordening en
het Besluit te stellen regels van toepassing zijn;
o. Financiële tegemoetkoming: een bijdrage in de kosten van een
voorziening welke kan worden afgestemd op het inkomen van de
aanvrager;
p. Inkomen: het inkomen zoals gedefinieerd in artikel 4.2 lid 1
landelijk Besluit maatschappelijke ondersteuning.
q. Huisgenoot: Iedere persoon, die hetzelfde hoofdverblijf heeft
als de persoon met beperkingen, met uitzondering van de
kamerhuurder en de kostganger.
r. Algemeen gebruikelijk: naar geldende maatschappelijke normen
tot het gangbare gebruik,- dan wel bestedingspatroon van een
persoon behorend;
s. Budgethouder: een persoon aan wie ingevolge deze verordening
dan wel de voorafgaande Wmo-verordening een persoonsgebonden
budget is toegekend en die aan het college verantwoording over
de besteding van het persoonsgebonden budget verschuldigd is;
t. Hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor
permanente bewoning, waar de persoon met beperkingen zijn vaste
woon,- en verblijfplaats heeft en in de gemeentelijke
basisadministratie staat ingeschreven dan wel zal staan
ingeschreven, dan wel het feitelijke woonadres indien de persoon
met beperkingen met een briefadres is ingeschreven;
u. Gemeenschappelijke ruimte: gedeelte(n) van een woongebouw,
niet behorende tot de onderscheiden woningen, bestemd en
noodzakelijk om de woning van de persoon met beperkingen vanaf
de toegang tot de woning te bereiken;
v. Woonwagen: voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op
een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden
verplaatst;
w. Standplaats: een kavel bestemd voor het plaatsen van een
woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het
leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of
van gemeenten kunnen worden aangesloten;
x. Rolstoelvoorziening: voorziening die de persoon met
beperkingen in staat stelt zich in en om de woning te
verplaatsen en waarvan het rijden de primaire functie is;
y. Besluit: het van toepassing zijnde Besluit individuele
voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade;
z. Gebruikelijke zorg: gangbare, niet-professionele zorg op
basis van een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van
huisgenoten;
aa. Mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een
hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door
personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening
rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de
gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt.
bb. Voorliggende voorziening: elke voorziening buiten de wet
(Wmo) waarop de persoon of het gezin aanspraak kan maken, dan
wel een beroep kan doen, ter compensering van de ondervonden
beperkingen.
**2..** Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die
niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
wet en de Awb.
Afdeling 1 › Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade 2009