Naar hoofdinhoud

Afdeling 1 › Hoofdstuk 1

Artikel 1.1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade 2009

1.. In deze verordening wordt verstaan onder: a. Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning; b. College: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Kerkrade; c. Aanvrager: 1. een persoon met beperkingen van 18 jaar en ouder oftewel de wettelijk vertegenwoordiger of diens gemachtigde; 2. de wettelijk vertegenwoordiger oftewel een gemachtigde van een persoon met beperkingen van jonger dan 18 jaar. d. Persoon met beperkingen: een persoon die ten gevolge van ziekte of gebrek, inclusief chronische psychische en/of psychosociale problemen, aantoonbare beperkingen ondervindt bij de maatschappelijke participatie; e. Zelfredzaamheid: het lichamelijk, verstandelijk, geestelijk en financiële vermogen om zelf voorzieningen te treffen die maatschappelijke participatie mogelijk maken; f. Maatschappelijke participatie: normale deelname aan het maatschappelijk verkeer, te weten het voeren van een huishouden, het normale gebruik van de woning; het zich in en om de woning verplaatsen; het zich zodanig verplaatsen dat aansluiting wordt gevonden bij regionale, bovenregionale en landelijke vervoersystemen: het ontmoeten van andere mensen en het aangaan en onderhouden van sociale verbanden om op die manier deel te nemen aan het lokale maatschappelijke leven; g. Algemene voorziening: een voorziening die wordt geleverd op basis van directe beschikbaarheid, een beperkte toegangsbeoordeling en die een snelle, regelarme en adequate oplossing biedt voor een persoon met beperkingen; h. Individuele voorziening: een voorziening die individueel wordt aangeboden indien een algemene voorziening geen adequate oplossing biedt; i. ICF: De International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF) wordt gehanteerd als uniform begrippenkader, als afwegingskader en als grondslag om de behoefte aan voorzieningen in individuele gevallen vast te stellen ofwel te typeren; j. Eigen bijdrage; een door het CAK vast te stellen bijdrage, die bij de verstrekking van een voorziening in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget voor rekening van de aanvrager komt; k. Eigen aandeel in de kosten: een door het college vast te stellen eigen aandeel, dat bij de verstrekking van een financiële tegemoetkoming voor rekening van de aanvrager komt; l. Meerkosten: kosten van een mogelijk krachtens de wet te verlenen voorziening, voorzover dit deel van de kosten uitgaat boven voor de persoon met beperkingen als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten voor een dergelijke voorziening; m. Voorzieningen in natura: een voorziening die in eigendom, in bruikleen, in huur of in de vorm van persoonlijke dienstverlening wordt verstrekt; n. Persoonsgebonden budget: een geldbedrag waarmee de persoon met beperkingen een of meer aan hem te verlenen compenserende voorzieningen kan verwerven en waarop de in deze verordening en het Besluit te stellen regels van toepassing zijn; o. Financiële tegemoetkoming: een bijdrage in de kosten van een voorziening welke kan worden afgestemd op het inkomen van de aanvrager; p. Inkomen: het inkomen zoals gedefinieerd in artikel 4.2 lid 1 landelijk Besluit maatschappelijke ondersteuning. q. Huisgenoot: Iedere persoon, die hetzelfde hoofdverblijf heeft als de persoon met beperkingen, met uitzondering van de kamerhuurder en de kostganger. r. Algemeen gebruikelijk: naar geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruik,- dan wel bestedingspatroon van een persoon behorend; s. Budgethouder: een persoon aan wie ingevolge deze verordening dan wel de voorafgaande Wmo-verordening een persoonsgebonden budget is toegekend en die aan het college verantwoording over de besteding van het persoonsgebonden budget verschuldigd is; t. Hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de persoon met beperkingen zijn vaste woon,- en verblijfplaats heeft en in de gemeentelijke basisadministratie staat ingeschreven dan wel zal staan ingeschreven, dan wel het feitelijke woonadres indien de persoon met beperkingen met een briefadres is ingeschreven; u. Gemeenschappelijke ruimte: gedeelte(n) van een woongebouw, niet behorende tot de onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk om de woning van de persoon met beperkingen vanaf de toegang tot de woning te bereiken; v. Woonwagen: voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst; w. Standplaats: een kavel bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten; x. Rolstoelvoorziening: voorziening die de persoon met beperkingen in staat stelt zich in en om de woning te verplaatsen en waarvan het rijden de primaire functie is; y. Besluit: het van toepassing zijnde Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade; z. Gebruikelijke zorg: gangbare, niet-professionele zorg op basis van een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van huisgenoten; aa. Mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt. bb. Voorliggende voorziening: elke voorziening buiten de wet (Wmo) waarop de persoon of het gezin aanspraak kan maken, dan wel een beroep kan doen, ter compensering van de ondervonden beperkingen. 2.. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet en de Awb.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel